Enquêtecommissie
Kort geleden is het rapport 'De grond wordt duur betaald' uitgebracht door een door de gemeente ingestelde enquêtecommissie. Het doel van deze rapportage was om inzicht te verkrijgen in het beleid en de praktijk ten aanzien van het grondbedrijf en de grondexploitaties in de gemeente Apeldoorn. Naar aanleiding van het uitbrengen van dit rapport is op donderdag 2 februari door de gemeenteraad een debat gehouden. Als onderdeel daarvan werd het woord gegeven aan de fractievoorzitters van de raad, waaronder aan de fractievoorzitter van D66: Paula Donswijk-Bot. Onderstaand kunt u kennis nemen van haar speech:
Voorzitter, dames en heren.
In de eerste plaats wil de fractie van D66 de enquêtecommissie bedanken voor de vele uren die zij hebben gestoken in dit raadsonderzoek, waarvan wij vanavond de uitkomst bespreken.
Het is een rapport geworden van 280 pagina’s dat 10 jaar Apeldoornse politieke cultuur bevat waar het de visie op de toekomst betrof en de manier waarop daarop gestuurd werd. Over dualisme dat hier en daar haar doel voorbij schoot, van al te creatieve opvattingen over het verkeer tussen college en gemeenteraad.
Een gemeenteraad die scherper had kunnen en moeten opletten. Het feit dat op enig moment in het kader van de dualisering de afspraak is gemaakt om het grondbedrijf collegebevoegdheid te laten zijn, ontsloeg de raad niet van haar controlerende en kaderstellende rol. Zowel door de accountant als door de Rekenkamer is gewaarschuwd, die waarschuwingen zijn niet ter harte genomen. Wij, als D66, steken in ieder geval de hand in eigen boezem.
D66 ziet aanknopingspunten in het rapport die opgepakt moeten worden. Aanbevelingen die er toe doen. Wij zijn voor een ambtelijke en politieke cultuur waarin de ramen open staan en ieder de ruimte heeft om met een veilig gevoel vanuit de eigen kennis en kunde het hare en zijne bij te dragen aan het besturen van deze gemeente.
En als mensen zeggen zich geïntimideerd te hebben gevoeld, dan zegt het iets over de sfeer, de cultuur, de manier waarop zij zich behandeld hebben gevoeld. Over dat gevoel gaan alleen zij, niemand anders.
De gemeenteraad moet bij zichzelf te rade gaan hoe de informatiestroom tussen gemeenteraad en college verbeterd kan worden, op welke vlakken wij zelf lering moeten trekken uit het rapport. Een rapport waarbij wij niet de behoefte hebben het tot op de pagina en de laatste komma te fileren. In het besef dat achter de 280 pagina’s nog een enorme hoeveelheid informatie schuil gaat waar wij als gemeenteraad geen kennis van hebben. Wij gaan er van uit dat de commissie zo goed mogelijk heeft geprobeerd de uitkomst samen te vatten.
Voorzitter, wij staan als Apeldoorn voor een gigantisch financieel tekort. Wij hebben veel grond, maar kunnen de hypotheek niet meer betalen. De gedachte dat het grondbedrijf de financieringsbank was voor politieke behoeftes is te lang leidend geweest. Soms, lijkt het, tegen beter weten in.
Wij stellen vast dat de euforie te lang heeft aangehouden, het optimisme iets dwangmatigs kreeg en voor de financiële realiteit van de buitenwereld de ogen te lang zijn gesloten.
Was het dan allemaal kommer en kwel? Nee. Apeldoorn is er mooier op geworden de afgelopen twintig jaar. Er is goed verdiend, er zijn mooie dingen tot stand gekomen en er was budget om de minima waar mogelijk tegemoet te komen.
Voorzitter, het aangekondigd aftreden van wethouder Metz siert hem, maar is geen argument om niet over verantwoordelijkheid te spreken.
Het gaat echter niet alleen over verantwoordelijkheid, maar wat ons betreft vooral over vertrouwen. Het vertrouwen dat als de gemeenteraad controleert, zij daartoe de juiste informatie en de belangrijkste keuzes krijgt voorgelegd.
Niet opgeleukt, niet creatief becijferd, maar inzichtelijk, reëel en op tijd, of de werkelijkheid nou zwart, wit of grijs is.
De vraag die boven de markt hangt is in hoeverre de wethouders in het huidige college verantwoordelijk zijn. Daarover kun je genuanceerd denken. Mijn fractie vindt in het bekende Melk en Water arrest een treffende vergelijking: de knecht van de melkboer verkocht melk die aangelengd was met water, iets dat de Plaatselijke Verordening niet toestond. De knecht wist dit niet, want de melkboer had hem dit niet verteld. Maar hij was wel degene die de tegen de wet aangelengde melk verkocht. Misschien had de knecht niet de plicht om vragen te stellen.
In het systeem van collegiaal bestuur waarin het hele college verantwoordelijk is, hebben wethouders wel de plicht om vragen te stellen. Een cultuur van non-interventie, waar wij trouwens van af moeten, doet daar niets aan af. Maar wat, als de informatie die ook zij nodig hebben voor een goede afweging, hen niet bereikt? Wat dan?
Voorzitter, ieder heeft het recht zich te verdedigen. Ook wethouder Rob Metz. Als mens gedreven, zorgzaam en met humor. Als bestuurder heeft hij zijn gedrevenheid ingezet voor Apeldoorn en daaruit zijn goeie dingen voortgekomen, maar kennelijk heeft hij zijn gedrevenheid op sommige momenten, gelet op het rapport, onbewust incorrect aangewend om zijn doel te bereiken.
D66 is een partij die ook naar de toekomst wil kijken, zeker in een periode dat wij met elkaar als college, gemeentebestuur, ambtenaren en zeker ook met de mensen in de stad, een klus moeten klaren. Namelijk Apeldoorn door deze moeilijke periode heen loodsen.
Uiteraard hebben wij begrip voor de gevoelens van onbegrip en boosheid die bij de mensen in Apeldoorn leven. De fractie van D66 trekt zich dat aan.
Wij doen echter een beroep op het gezond verstand van de Apeldoorners. Een deel van het huidige college zat niet in de vorige colleges. En degenen die er wel in zaten en er nu nog deel van uitmaken, zullen ongetwijfeld hun lesje hebben geleerd, daar heb ik alle vertrouwen in.
Kennis, ervaring en continuïteit zullen wij de komende tijd hard nodig hebben om de problemen in deze stad het hoofd te kunnen bieden. Dat vraagt om een ervaren college en een alerte gemeenteraad. Wij gaan er van uit, dat met het rapport in de hand, gekeken zal worden naar verbeterde aansluitingen qua controle en gewerkt zal worden aan een open cultuur. We schieten niets op met symboolpolitiek, juridische haarkloverij of rituele dansen. Wat ons betreft blijven daarom de niet afgetreden wethouders zitten om hun klus af te maken.
Voorzitter, dan kom ik nu bij een voor onze fractie zeer pijnlijk punt. D66 schoof in 2010 aan bij de coalitieonderhandelingen. Ons werd gevraagd om grondzaken in de portefeuille te nemen. Wij wisten toen dat, gezien de stand van de conjunctuur, het geen gemakkelijke opgave zou zijn. Wat we niet wisten, maar wel naar gevraagd hebben, is dat deze portefeuille de beerput is geweest die het nu uit het rapport blijkt te zijn. De enige wrange conclusie die wij kunnen trekken is dat D66 een beerput met een deksel kreeg toegeschoven. En op dat deksel zat toen geen briefje.
Wethouder Prinsen had de moed om begin 2011 de deksel van die beerput te halen. En we zijn er nog niet. Het kost tijd om een tanker te keren. Er staan aanbevelingen van de commissie om het grondbedrijf beter te laten functioneren. Daar staan wij positief tegenover.
Voorzitter en daarmee wil ik eindigen. Zeker in de politiek draait alles om vertrouwen. Vertrouwen krijg je niet alleen, vertrouwen moet je ook verdienen.
Apeldoorn, 2 februari 2012
Paula Donswijk-Bot, fractievoorzitter D66.
Meer nieuws
- Kerntakendiscussie 14-5-2012
- Motie sterfhuisconstructie winkels Kanaalzone 9-5-2012
- Schriftelijke vragen over Ugchelen 5-5-2012
- D66 over grondzaken 25-4-2012
- Verslag van een eerste congresbezoek 22-4-2012
- D66 blijft kritisch op beleid Kanaalzone Noord en Zuid 16-4-2012
- Waartoe is de overheid op aarde? 7-4-2012
- Installatie wethouder Olaf Prinsen 31-3-2012
- Sophie in 't Veld bezoekt de Stedendriehoek 28-3-2012
- NL Doet 24-3-2012




word lid